Geschiedenis van de Solex

In 1942 ontwerpen de Franse ingenieurs Goudard en Menesson de Solex in opdracht van de beroemde carburateur. Vlak na de bevrijding begint de daadwerkelijke produktie. In 1948 komt de Solex naar Nederland. Stokvis ontvangt er als eerst importeur van de Franse Velosolexfabriek vijf stuks. De prijs is 375,00 gulden. Het bromfietsje is in eigen land zo’n succes dat men verder niet aan export toekomt.

In Nederland wordt een apart fabriek opgericht om de Solex in licentie te bouwen, de Eerst Nederlandse Autorijwiel Fabriek (ENAF), eigendom van Van der Heem. Het grote succes van de solex blijkt wel uit het feit dat een speciaal blad gericht op de Solexrberijder uit komt:’op de Solex’. In de jaren zestig zijn er zo’n 70 clubs die met elkaar door heel Europa crossen. De Solex kost nu 400 gulden.

Eind jaren ’60 neemt Motobécane Velosolex over. De Solex Flash wordt uitgebracht. De uiterst revolutionaire vervoermiddel heeft het motorblok, voorzien van geforceerde koeling, verstopt achter platen en bezit cardanaandrijving. De meer dan 400 solexdealers zien dit machientje met afgrijzen maar al te vaak bij hun reparatie-afdeling brengen. Voor het geringste onderhoud moet zowat alles uiteen genomen worden.

In 1983 probeert solex nog wat kopers te interesseren met het uitbrengen van een snorfiets. Gelukkig is het vermogen teruggebracht, want door de kleine wieltjes met het toch vrij zware blokje vlak onder het stuur is een snelheid van meer dan 20 km/h geheel onverantwoord. In 1986 koopt Yamaha de inmiddels failliete fabriek in Frankrijk en in 1988 wordt de Velosolexfabriek definitief gesloten.

Volgens de laatste geruchten is de produktie van de Cyklon in Hongarije, waar in nummer 11 van ons motorrijwiel zo hoopvol geschreven werd, onlangs gestaakt. De solex is definitief een historisch vervoermiddel geworden.

(bron: motorrijwiel 13 1995)